Symbolen op het situatieschema en het eendraadschema
Op een elektrisch schema staat elk punt van de installatie als symbool: een kruis voor een lichtpunt, een halve cirkel voor een stopcontact, een bolletje met een schuine lijn voor een schakelaar. Wie de tekens kent, leest een plan in een paar minuten. Deze legende zet ze per soort bij elkaar, met hun naam en wat ze aanduiden.
Elk symbool hier is een beeld uit de tekenapp SUPLAN van SUPCON BV, niet nagetekend. Je ziet ze dus zoals ze op een plan uit die app staan, met dezelfde lijndikte en verhoudingen.
Verlichting
Lichtpunten, wandlampen, spots en armaturen, en de signaalgevers bel en zoemer.
| Symbool | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| Lichtpunt | Een vast lichtpunt aan het plafond of op de wand: de plek waar een armatuur aangesloten wordt. Een schuin kruis, zonder meer. |
| Wandlamp | Een lichtpunt op de wand (applique): hetzelfde kruis als een lichtpunt, met een korte streep eronder die de wand voorstelt. |
| Noodverlichting | Een armatuur die blijft branden of aangaat als de netspanning wegvalt, om een vluchtweg te verlichten. Het kruis staat in een kader. |
| Spot (projector) | Een projector met een smalle, gerichte lichtbundel, zoals een spot die een kast of schilderij aanlicht. Een kruis in een cirkel, met een korte liggende streep onder de cirkel. |
| Lineaire armatuur (TL of LED) | Een balkarmatuur met één buis, zoals in een garage, berging of werkplaats: een streep tussen twee korte eindstreepjes. |
Schakelaars
Van enkelpolig tot kruisschakelaar, en dimmer, drukknop, relais en thermostaat.
| Symbool | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| Enkelpolige schakelaar | Bedient één lichtpunt of één groep lichtpunten vanaf één plaats. Een bolletje met één schuine bedieningslijn en een haakje aan het uiteinde. |
| Tweepolige schakelaar | Onderbreekt fase en nul tegelijk. Twee bedieningslijnen in een V vanuit het bolletje, elk met een haakje. |
| Wisselschakelaar | Bedient hetzelfde lichtpunt vanaf twee plaatsen en komt dus altijd per twee voor. De bedieningslijn loopt door het bolletje naar beide kanten. |
| Kruisschakelaar | De derde (of volgende) bedieningsplaats van één lichtpunt, altijd tussen twee wisselschakelaars in. Vier lijnen in een kruis door het bolletje. |
| Dimmer | Regelt de lichtsterkte: een enkelpolige schakelaar met een gevuld, langgerekt driehoekje naast het bolletje. |
| Drukknop | Geeft enkel een puls, bijvoorbeeld naar een impulsrelais (teleruptor). Een cirkel met een gevulde stip in het midden. |
Stopcontacten
Enkele en meervoudige contactdozen, met of zonder aarding en kinderveiligheid, spatwaterdicht of driefasig.
| Symbool | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| Stopcontact, geaard en kinderveilig | De gewone contactdoos: een halve cirkel met de bolle kant naar de aansluiting. De streep over de top is de aarding, de korte streepjes aan de opening de kinderveiligheid. |
| Stopcontact zonder aarding | Dezelfde koepel zonder de streep over de top: er is geen beschermingsgeleider aangesloten. |
| Dubbel stopcontact | Twee contactdozen op één plaats: twee koepels boven elkaar, elk met aarding en kinderveiligheid, op één doorlopende aansluitlijn. |
| Spatwaterdicht stopcontact (h) | Een kleine letter h naast de koepel betekent: spatwaterdicht uitgevoerd, zoals buiten of in een vochtige ruimte. |
| Driefasig stopcontact | Schuine streepjes op de aansluiting tellen de geleiders. 3N~ met 400V ernaast betekent drie fasen met nul op 400 volt. |
Toestellen
Vaste toestellen van kookplaat en boiler tot laadpaal, en de teller en het verdeelbord.
| Symbool | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| kWh-teller (meterkast) | De elektriciteitsmeter van de netbeheerder: hier komt de voeding binnen. Op het situatieschema een kadertje met kWh, op de plaats van de meter. |
| Verdeelbord | Het verdeel- of zekeringsbord: een lege liggende rechthoek. Op het situatieschema toont het waar het bord hangt. |
| Kookplaten | Een vast aangesloten kookplaat: een vierkant met vier stippen. |
| Elektrische boiler | Een cirkel met verticale arcering. Een elektrische boiler staat doorgaans op een eigen kring. |
| Wasmachine | Een vierkant met een cirkel en een stip in het midden. |
| Vast toestel (algemeen) | Een leeg vierkant: een vast aangesloten toestel zonder eigen symbool. Schrijf erbij welk toestel het is. |
Data en communicatie
Netwerk, tv, telefoon, parlofoon, domotica en de patchkast.
| Symbool | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| Datacontactdoos (UTP) | Een netwerkaansluiting (RJ45) die naar de patchkast loopt. Een U-vorm met UTP erin, op een korte aansluitlijn. |
| Tv-aansluiting (coax) | Een aansluiting voor tv-distributie of satelliet: dezelfde U-vorm, met COAX erin. |
| Telefoon | Een driehoek met de punt omhoog: een telefoonaansluiting. |
| Patchkast of rack | Het verdeelpunt van de netwerkbekabeling: elke datacontactdoos komt hier op een poort uit. Een kast met twee rijen poorten. |
| Parlofoon | De spreek- en luisterverbinding met de voordeur: een kastje met een rondje en een rooster. |
Beveiliging
Hoofdschakelaar, automaat, differentieel, smeltzekering en overspanningsbeveiliging.
| Symbool | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| Hoofdschakelaar | Staat net na de teller en schakelt de hele installatie. Een stip met een schakelarm schuin omhoog en een verdikking aan het uiteinde. |
| Automaat (automatische zekering) | Beveiligt één kring tegen overbelasting en kortsluiting. Een vast contact (stip) met een schakelarm en een verdikking; kaliber en aantal polen staan ernaast, zoals C16A en 2P. |
| Differentieelschakelaar | Schakelt af bij een lekstroom naar aarde. Het automaatcontact in een gestreept kader, met een cirkeltje voor de meetring. Gevoeligheid en type staan ernaast, zoals 300mA en type A. |
| Smeltzekering | Een rechthoek op de leiding: een zekering met een smeltdraad, vooral in bestaande installaties. |
| Overspanningsbeveiliging | Beschermt de installatie tegen spanningspieken, bijvoorbeeld door een blikseminslag in de buurt. Een kader met een bliksempijl. |
Aarding
Aardelektrode, aardpen, meetklem, hoofdaardingsklem en de equipotentiale verbindingen.
| Symbool | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| Aarding (aardelektrode) | Het algemene aardingsteken: een korte verticale lijn op drie strepen die naar onder korter worden. |
| Aardstaaf of aardpen | Een aardelektrode die in de grond gedreven wordt: het aardingsteken met een punt eronder. |
| Hoofdaardingsklem | Het punt waar de aardgeleider, de beschermingsgeleiders en de equipotentiale verbindingen samenkomen: een strook met vakjes op het aardingsteken. |
| Equipotentiaalklem | Een klem of band rond een metalen buis, zoals water, gas of verwarming, voor de equipotentiale verbinding. De buis is getekend als twee evenwijdige lijnen. |
Leidingen
Aantal geleiders, verwerkingswijze en stroomsoort: de tekens op en naast een leiding.
| Symbool | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| Leiding met drie geleiders | Drie schuine streepjes op de lijn: het aantal geleiders in de leiding. |
| Leiding in een wand | Twee kleine kapjes die boven op de lijn staan: de leiding is in de wand ingewerkt. |
| Leiding op een wand | Dezelfde kapjes aan de onderkant van de lijn: de leiding loopt in opbouw op de wand. |
| Ondergrondse leiding | Drie korter wordende strepen tegen de lijn: de leiding ligt in de grond. |
Een symbool lezen in drie blikken
De vorm zegt wat het is
Een kruis is licht, een halve cirkel een contactdoos, een bolletje met een lijn een schakelaar, een vierkant met een teken een vast toestel. Met die vier vormen herken je het grootste deel van een woningplan.
De tekens erbij zeggen hoe
Een streep over de koepel is aarding, een h is spatwaterdicht, een t een tijdschakelaar, een gevuld driehoekje een dimmer. Schuine streepjes op een leiding tellen de geleiders. Kijk dus altijd naar wat er rond de vorm staat.
De code ernaast zegt waar het hangt
Naast een symbool staat meestal een code zoals A.3, met vooraan de letter van de kring. Op het eendraadschema staat dezelfde code bij hetzelfde punt. Zo vind je een schakelaar of lichtpunt op het ene schema terug op het andere.
Waar de symbolen vandaan komen
De vormen volgen de symbolentabel van het AREI, die aansluit bij de internationale norm voor schemasymbolen. Daardoor lezen installateur, keurder en wie later aan de installatie werkt hetzelfde. Niet elk toestel staat in die tabel: de warmtepomp en de DALI-gateway bijvoorbeeld niet. SUPLAN geeft ze een eigen vorm, maar wie het plan leest, vindt die vorm in de officiële tabel niet terug. Daarom hoort bij zo'n toestel de naam op het plan.
Soms bestaan er twee notaties voor hetzelfde, zoals een tweepolige en een dubbelpolige schakelaar, of een datacontactdoos als U-vorm met UTP en als kader met TD. Beide staan in deze legende. Kies er één en houd die aan op het hele plan.
Deze gids legt uit wat de symbolen betekenen. Of een installatie in orde is, beslist de keurder.
Verder lezen
- Eén symbool, twee schema's: wat er verandert tussen het situatie- en het eendraadschema.
- Symbolen die vaak verward worden, naast elkaar gezet.
- Welk symbool kies je? Per toepassing in een woning.
- Vragen over symbolen, kort beantwoord.